DIGESTIEVE HEELKUNDE EN LEVERTRANSPLANTATIE,
AFDELING LEVERTRANSPLANTATIE VOLWASSENEN :
ALGEMENE INFORMATIE VOOR PATIENTEN

 
 

Through my own experience, I learnt that striving for a positive mental attitude will get you nowhere unless you have the ammunition to back it up.
You develop a positive mental attitude by being prepared, by understanding the realities of what it takes to succeed, and by being good at the necessary techniques.
It's a cycle: the more prepared a person is, the more positive his attitude, and, therefore, the better his chances of succeeding.

Robert J. Ringer

 

Uit ervaring heb ik geleerd dat een positieve ingesteldheid alleen , me niets oplevert, tenzij gesteund door andere vaardigheden.
Je ontwikkelt een positieve ingesteldheid door voorbereid te zijn, door te begrijpen wat werkelijk nodig is om het doel te bereiken, en door sommige technieken om het doel te bereiken goed onder de knie te hebben.
Het is een cirkel : hoe beter iemand is voorbereid, des te positiever is zijn ingesteldheid, en derhalve verhogen ook zijn kansen het doel te bereiken.

Robert J. Ringer

 
 

VOORWOORD

Goede informatie brengen is niet eenvoudig.
De informatie op een juiste manier doseren is een uitdaging.
Dit boekje zet de eerste stap, het schetst een algemeen beeld van de gebeurtenissen voor en na de levertransplantatie.
Een groot aantal personen hebben op direkte of indirekte manier aan de redaktie meegewerkt.
We danken alle medewerkers van het medico-chirurgisch team, de patiënten die hun kennis en ervaring wilden delen, de auteurs van de artikels, brochures en boeken die we konsulteerden.

Prof.Dr.Jan Lerut                  Francine Roggen
Verantwoordelijk arts            Klinisch transplantcoördinator

Brussel, 22 september (herziene uitgave).

 
 

Hallo, mag ik me even voorstellen ?

Ik ben.... laat me je eerst en vooral welkom heten in ons ziekenhuis.
Zo, ik,ben dus een boekje en ik werd geschreven om je de eerste informatie over levertransplantatie te geven, in grote lijnen.
Ik zal je geheugensteun zijn tijdens je eerste opname.
Je bent nu opgenomen met een leverziekte.
Mischien sta je aan het begin van een lange weg : de levertransplantatie.
Ik werd geschreven om je summier uit te leggen wat er van nu af aan kan gebeuren.
Maar eerst een beetje geschiedenis...

 
 

GESCHIEDENIS

In 1963 in Denver (Colorado, Verenigde Staten), werd de eerste lever-transplantatie bij de mens uitgevoerd door Thomas STARZL.
Dat is 30 jaar geleden....
Sindsdien is de vooruitgang groot : de technieken werden verfijnd, betere medikamenten tegen afstoting werden ontdekt. De kennis werd uitgebreid bij elke ervaring.
In België werd de eerste transplantatie uitgevoerd door de Professoren Kestens en Otte in 1969. De resultaten voldeden evenwel niet aan de verwachtingen
-ze beschikten nog niet over de huidige effektieve medikamenten tegen afstoting- en er werd besloten het programma te onderbreken.
De ontdekking van ciclosporine, een doeltreffend medikament tegen afstoting, betekende de grote doorbraak voor de transplantatie.
In ons ziekenhuis werd in1984 het programma terug geopend en in oktober 1998 werd de kaap van 1000 levertransplantaties overschreden.
Nu is levertransplantatie niet langer een experiment. De operatie biedt reële kansen in een uitzichtloze situatie.

Terug nu naar de reden van je opname in ons ziekenhuis.
Je hebt een ernstige leverziekte en de lever is geen simpel orgaan.
Als de lever ziek is loopt er heel wat fout.

 

DE LEVER

De lever is het grootste orgaan van ons lichaam. Hij ligt verstopt achter de onderste ribben rechts.
De lever heeft verschillende belangrijke taken :
- het omzetten van voedingsbestanddelen in chemische stoffen die ons in leven houden,
- het omzetten en verwijderen van schadelijke stoffen die aangevoerd worden door geneesmiddelen; verdovende middelen,    alkohol of andere giftige stoffen,
- het produceren van galvocht dat nodig is om vetten en vitaminen op te nemen na vertering,
- het aanmaken van eiwitten die een belangrijke rol spelen in de bloedstolling,
- het in evenwicht houden van een aantal hormonen.

Het is niet gemakkelijk om nog goed te leven met een zieke lever. Als de verschillende taken niet langer voldoende worden uitgevoerd, krijg je heel wat symptomen.

Tekenen en symptomen van leverziekte :

- geelzucht (het oogwit en de huid worden geel),
- jeuk,
- donkere urine (zoals sterke thee),
- ontkleurde stoelgang (grijswit zoals mastiek),
- verwardheid of coma,
- ophoping van vocht in de buik (ascites),
- braken van bloed (een gevolg van het scheuren van slokdarm-spataders),
- neiging tot bloeding (neusbloeding, blauwe plekken).

De lever geeft voldoende signalen om duidelijk te maken dat hij ziek genoeg is om onderzocht te worden.
Voor de verschillende dokters van de transplantatiegroep tot de konklusie komen dat een transplantatie inderdaad de beste oplossing is, moeten een reeks onderzoeken gebeuren. Daarom word je opgenomen ; ongeveer één week.
Dit verblijf is de evaluatie voor transplantatie.

 

DE ONDERZOEKEN

Verschillende bloedtesten : ze zullen aantonen in welke mate de leverfunktie behouden is. Ze zullen ook de diagnose bevestigen.
Echografie met Doppler : een pijnloze methode om de lever met de voornaamste bloedvaten en nevenliggende organen te visualiseren.
Scanner van de buikholte : hiermee wordt het volume van de lever bepaald.
Ook kunnen sommige afwijkingen, die het sukses van de transplantatie kunnen bepalen, met dit onderzoek aan licht komen (bv. vaatafwijking, tumor).
Endoscopie : via een sonde worden de wanden van de slokdarm, de maag en de dunnedarm geïnspekteerd, ook de aanwezigheid van spataders wordt met dit onderzoek aangetoond.
E.E.G. of Encephalogram : dit onderzoek toont de invloed van de leverziekte op de hersenen aan (bv. vertraging van reflexen en beginnend levercoma, ook als die weinig duidelijk het gedrag wijzigen).
Neuropsychiatrische evaluatie : een reeks testen zullen aantonen in welke mate de reflexen, het oordeelvermogen, het geheugen en de waarneming verstoord zijn.
Oogonderzoek : kijkt naar de weerslag van sommige ziekten op de ogen.
Aminopyrine-ademtest : geeft een nauwkeuriger idee in welke mate de leverfunktie bewaard bleef.
Onderzoek van hart en longen zijn noodzakelijk : een inspanningselectro-cardiogram, een echographie van het hart en een test van de longcapaciteit zullen aantonen of je een lange operatie met diepe algemene verdoving zal aankunnen.

Hoor ik je zuchten ? Dat kan ik best begrijpen. Er worden inderdaad veel onderzoeken geprogrammeerd en ze zijn lang niet allemaal prettig. Soms is de dokter verplicht het aantal onderzoeken uit te breiden. Veronderstel dat de echografie van de lever geen duidelijk beeld geeft van de bloedvaten; dan is een arteriografie nodig.
Wees gerust, de verschillende leden van het transplantatieteam zullen proberen je te helpen: ze geven je informatie voor het onderzoek, ze begeleiden je zoveel mogelijk, ze letten erop of je de onderzoeken goed doorkomt, ze antwoorden op je vragen.

Net op het moment dat je even op adem komt tussen twee onderzoeken door komt de sociaal assistente je opzoeken, of de transplantcoördinator, of de psychologe, of één van de assistenten.
Ze willen weten waarmee ze je kunnen helpen en ze stellen gewoonlijk heel wat vragen. Op die manier krijg je de kans met de verschillende medewerkers kennis te maken. Die wederzijdse kennismaking is belangrijk want het zal nodig zijn dat je samen met hen een hechte ploeg vormt om van je transplantatie een sukses te maken ; samenwerking, vertrouwen, openheid zijn geen loze woorden voor ons.

 

DONDERDAGNAMIDDAG

Donderdagnamiddag komen de verschillende leden van het transplantatieteam in vergadering bijeen.
Een van de dokters zal je kandidatuur voorleggen ; ze bespreken de uitslagen van de onderzoeken, eventuele technische moeilijkheden. Ze komen dan tot een besluit.
Soms ligt de konklusie voor de hand, soms wordt er stevig gediscussiëerd, want het doel van de vergadering is de beste oplossing voor elke patiënt te vinden.
Dikwijls is dat transplantatie, maar soms kan ook anders geholpen worden, bv. een shunt (afleiden van het bloed), of is transplantatie vooralsnog niet nodig. Af en toe gebeurt het dat de ingreep technisch niet mogelijk blijkt.
Na de vergadering wordt je op de hoogte gebracht van het resultaat.

Nu ligt de bal in jouw kamp. Zij hebben hun besluit genomen, dat besluit is puur medisch : naar hun mening is transplantatie de beste oplossing en ze willen je inschrijven op een wachtlijst.
Mischien ben je dadelijk akkoord want je was zelf al tot hetzelfde besluit gekomen, je had het al in de familie besproken en je voelt je klaar om aan de wachttijd te beginnen.
Maar mischien ben je een beetje overdonderd, had je gehoopt dat het toch niet zo'n vaart zou lopen. Of, je wil er nog eens over praten in familiekring. Aarzel niet om voldoende bedenktijd te vragen, dat is soms nodig. Je kan ook zondermeer neen zeggen. Kortom, welke beslissing je ook neemt, denk er goed over na. Het is jouw beslissing !

Vind ik je terug op de wachtlijst? Hoe kom je dan best deze nogal moeilijke periode door ?

 

DE WACHTTIJD

De transplantcoordinator bespreekt met je hoe de wachttijd wordt geörganiseerd. Meestal kan je naar huis en moeten een paar eenvoudige schikkingen getroffen worden.

- De coordinator zal je een paar telefoonnummers vragen. Op één van die nummers wordt gebeld als er een donor is.
- Je kan via Hepatotransplant (vereniging van patiënten na transplantatie en hun familie) een pieper krijgen. Je bewegingsvrijheid wordt dan groter.
- Je krijgt een aantal telefoonnummers van het ziekenhuis. Het is nodig dat de coordinator weet hoe het met je gaat, één van haar taken is, in samenspraak met de artsen, het beheer van de wachtlijst. Bel haar dus regelmatig (bv. 1 keer per maand). Zo weet je ook hoe ver je op de wachtlijst staat.
- De coördinator legt je uit wat er allemaal gebeurt als de donor gemeld is. Wat je dan moet doen.
- Ze zal in funktie van de wachttijd een afspraak maken om op de raadpleging te komen want je moet in zo goed mogelijke forme zijn als de donor gemeld is.
- Hoeveel vragen je ook hebt, aarzel niet ze te stellen. Ze zal erop antwoorden, of je de juiste persoon aanwijzen als ze het antwoord schuldig blijft.

Scenario 1 : Het is 11 uur s'ochtends. Je bent op de markt en daar gaat je pieper. Je gelooft je oren niet en je begint te trillen als een espenblad. Bewaar je kalmte en bel zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.
Scenario 2 : Twee uur s' nachts. Telefoon. Op dit uur !

De donor kan om op het even welk uur gemeld worden, zowel overdag dus als s'nachts.
Het is een moeilijk moment wanneer je opgeroepen wordt, hoe goed je je ook voorbereid hebt.
Je hebt een aantal uren (minstens 3) om je klaar te maken en naar het ziekenhuis te komen. De coördinator van wacht geeft je de nodige gegevens: wanneer, waar en hoe. Je zal merken dat, in het ziekenhuis, de nodige personen op de hoogte zijn.

 

DE OPERATIE

De operatie duurt 8 tot 12 uur. Je familie kan regelmatig bv. om de drie uur, opbellen om te weten hoe de operatie verloopt. Aarzel niet ons hiervoor "lastig te vallen", de operatie duurt te lang om zonder nieuws te blijven. Ze kunnen je even opzoeken op de Intensieve na afloop van de ingreep, ook buiten de bezoekuren.

Er is een geluid dat je stoort. Iets in je mond maakt je het spreken onmogelijk, je kan je armen niet bewegen zoals je wil.
Geen paniek, de operatie is gedaan en je bent op de Intensieve Zorgen, je voelt je een kerstboom met al die leidingen.

 

DE INTENSIEVE ZORGEN-EENHEID

Na zo'n lange operatie en diepe verdoving word je langzaam wakker op de Intensieve Zorgen-afdeling.
Je bent de eerste uren behoorlijk in de war, je hoort onbekende geluiden en alarmen, verzorgers in groen pak (dokters en verpleegkundigen) zijn rond je bed in de weer. Een paar machines behoren tot het gewone decor.
Je kan niet goed bewegen want je handen werden vastgebonden om te vermijden dat je een storende leiding zelf uittrekt zonder je daarvan bewust te zijn. Een slang (tube) in je mond maakt je de eerste uren het praten onmogelijk, je bent dan verbonden met de kunstmatige beademing.
Blijf zo kalm mogelijk (probeer je deze situatie voor te stellen voor de operatie, het zal je helpen). Wie kalm is, kan aandachtig luisteren naar wat gezegd wordt en kan ook beter met een gebaar duidelijk maken wat er hapert, wat hij wil weten. Na enkele uren al, als alles zijn normale gang gaat, worden de eerste leidingen weggenomen.

Als eerste de slang van de kunstmatige beademing, zodat je weer kan praten. De 2 sondes in je buik worden uitgetrokken als er geen vocht meer afvloeit (2-5 dagen). De maagsonde wordt uitgetrokken als de darmen wakker worden na ongeveer 3 dagen. Diezelfde dag mag je wat meer drinken en de volgende dag komt de eerste lichte maaltijd eraan. Daarvoor zullen ijsblokjes en een paar slokken water het ergste dorstgevoel lenigen.
Als je naar de kamer mag moet de verpleegkundige nog alleen de elektrodes wegnemen en de arteriële katheter in je arm. Je mag naar je kamer met nog slechts een infuus (in de halsstreek) en een slangetje in de rechterflank.
Het uittrekken van katheters doet niet erg veel pijn en het ongemak is van korte duur. Alle katheters worden geplaatst in de operatiezaal net voor de operatie, maar dan slaap je al.

Als een patiënt de Intensieve Zorgen verlaat, hoor ik dikwijls een zucht van opluchting.
In die zucht hoor ik vreugde want er is duidelijk vooruitgang; ik hoor ook het verlangen naar de stilte van de kamer, vreugde omdat de familie nu langer op bezoek mag en opluchting omdat er een einde is gekomen aan een reeks nogal agressieve handelingen.

 

OP DE VERZORGINGSEENHEID

Je bent niet dadelijk in topvorm. Uit bed komen is die eerste dagen nog een karwei, het lichaam herinnert zich nog al te best de operatie. De bewegings-vrijheid wordt ook nog beperkt door een aantal leidingen : veel medikamenten worden toegediend via infuus.
Elke dag wacht je met zekere ongerustheid op de bloeduitslagen.
Regelmatig komt de verpleegkundige bij je langs : ze kontroleert je bloeddruk, je polsslag, je temperatuur ; ze meet de hoeveelheid urine en wil precies weten hoeveel je gedronken hebt....minstens tweemaal per dag komt de dokter langs. Af en toe ga je zelf op stap voor een onderzoek.

De eerste weken wordt je herstel nauwkeurig gevolgd :
- De dokter volgt iedere dag, aan de hand van bloeduitslagen, de reakties van je lever. Hij verwacht een eventuele afstoting, en als een leverpunktie (biopsie) afstoting aantoont zal hij,zo nodig, de behandeling bijsturen. Je wordt altijd op de hoogte gehouden van de evolutie.
- Hij gaat na of je koorts hebt, want een infektie moet dadelijk behandeld worden.
- Hij gaat na of je vochtbalans (te veel of te weinig drinken) en je voedings- balans (te weinig of te veel eten) in evenwicht zijn.
Wie van zijn transplantatie een sukses wil maken, geeft in deze periode zijn volle medewerking.
Doe nauwgezet wat men je vraagt : persoonlijke hygiëne, ademhalings- oefeningen, bewegingsoefeningen, medikamenten stipt innemen, je voeding (eten en drinken). Aarzel ook niet te melden wat er hapert : een lichamelijk probleem, een vraag die je blijft plagen, een "psychologisch" probleem.

Goed zo, ik zie dat je op de goede weg zit, ik kom je meer en meer op de gang tegen en minder en minder in je bed. Bravo, stel je voor, pas tien dagen na je operatie . Heb je genoteerd welke medikamenten je net genomen hebt? Hoezo?
Zijn de verpleegkundigen, in samenwerking met de transplantcoördinator, nog niet begonnen met de opleiding tot zelfzorg?

 

DE INFORMATIE

Zogauw je voldoende hersteld bent wordt het tijd het heft in eigen hand te nemen. De verpleegkundige zal je een "werkboek", een reserve geneesmiddelen en een bloeddrukmeter geven; je krijgt mondelinge uitleg en er zijn videos (over de lever en de medikamenten) ter beschikking.
Zo krijg je stapsgewijze de informatie die je nodig hebt thuis :
- je leert de verschillende medikamenten kennen die je inneemt : waarvoor ze dienen, de hoeveelheid, hoe ze innemen, de nevenwerkingen, hoe noteren....
Er zijn geneesmiddelen tegen afstoting (Prograf (FK506), Neoral (ciclosporine), Medrol (cortisone) en Imuran), en geneesmiddelen om je tegen infektie te beschermen (bv.Zovirax en Bactrim).
- Je leert ook hoe je zelf, op de juiste manier, je bloeddruk, je polsslag en temperatuur meet; waarom dat nodig is en hoe je de metingen noteert.
- Een reeks raadgevingen vervolledigen de informatie : hygiëne, sport en vrije tijd, werk,...
-De diëtetiste geeft raad in verband met gezonde voeding en eventuele dieetmaatregelen.

Wat zie ik? Staan de valiezen klaar? De grote dag...een beetje zenuwachtig wel.... je kan naar huis.

 

VERTREK

Zo snel als mogelijk, mag je naar huis. De dag van vertrek is biezonder prettig, iedereen is blij. Soms ben je zelf een beetje angstig, als dat maar goed gaat....
Voor je vertrekt is er een laatste gesprek met de transplantcoördinator: heb je voldoende geneesmiddelen, voorschriften, een afspraak voor konsultatie? Ze zal ook aan de hand van een vragenlijstje nagaan of je de gekregen informatie goed onder de knie hebt. Misschien heb je zelf nadien nog vragen...

Daar ga je dan, je verlaat het ziekenhuis. Van nu af aan, als alles goed gaat, zien we je regelmatig op konsultatie. In het begin één of twee keer per week, daarna nog één keer. De eerste maanden wordt je herstel nauwlettend gevolgd: telkens is er een bloedafname (lever- en nierfunktietesten, dosering van Prograf of Neoral) en een doktersonderzoek. Aarzel niet om vragen te stellen.
De eerste maanden moet je er ook rekening mee houden dat je terug kan opgenomen worden als één of ander niet goed loopt.
Na de eerste maanden worden de konsultaties gespreid ; de inhoud van de konsultatie verandert niet : het bespreken van de bloeduitslagen, een lichamelijk onderzoek, aanpassing van medikamenten, tijd om problemen (van welke aard ook!) aan te kaarten of vragen te stellen, afspraak voor komende bloedtesten en konsultatie.

Ziezo, ik ben aan het eind van mijn verhaal. Zoals ik in het begin al zei, ik geef slechts informatie in grote lijnen en ben er me van bewust dat ik heel wat vragen doe rijzen. Meer informatie wordt gegeven door verschillende leden van de groep:
de dokter, de transplantcoördinator, de psychologe, de verpleegkundige, de sociaal assistente.... zij gaan in op specifieke vragen naargelang je dat wenst.

 

DE TRANSPLANTATIEGROEP (VOLWASSENEN) IN ONS ZIEKENHUIS

Verantwoordelijke arts : Professor Jan Lerut.
Assistenten en medewerkers :
- Chirurgen : Dr. Olga Ciccarelli, Dr. Giuseppe Orlando,
- Transplant coordinatoren : Mevr. Francine Roggen en Mevr. Chantal Dereyck,
- Transplantatie psychologe : Mevr. Genevieve Cool, Dr. Alain Luts,
- Transplantatie dietiste : Mevr. Brigitte Bertrand,
- Sociale dienst : Mevr. Stefania Marsella,
- Verzorgingsafdelingen : U 53 Hoofdverpleegkundige : Mevr. Gaétane de Thier,
                                               AIA : Mevr. Françoise Poskin.

Chirurgenteam :
Pr. Jean de Ville de Goyet, Pr. Jan Lerut, Pr. Raymond Reding, Dr.O. Ciccarelli.

Anesthesie :
Prof. M.A. Carlier, Prof. M. De Kock,
Prof. L. Van Obbergh, Prof. F. Veyckemans,
Prof. Fr. Singelijn, Prof. Le Paulin de Warnoux, Prof. M. Van Boven,
Dr. S. Aunac, Dr. P Lavand’homme.

Dienst hepato-gastro-enterologie :
Prof. Y.Horsmans, Prof. A. Geubel, Dr. Peter Starkel.

Dienst Neuro-Psychiatrie :
Prof. A. Luts.

Intensieve zorgen :
Prof. M. Reynaert, Prof. P.F. Laterre, Dr. X. Wittebolle,
Diensthoofden : Mr. Joseph Tirone, Mr. D. Julien.

Interventionele Radiologie : Dr. P. Goffette.

Sekretariaat Transplantatie :
Tél. 02/ 764.14.01 of  02/764.14.12,
Fax. 02/764.90.39.

Patiëntenvereniging Hepatotransplant :
    Mr. Daniel Brasseur : Tél : 081/44.04.14.
    Mevr. R. Stassen-Offergelt Tel: 087/68.63.71.
    Sekretariaat : Mevr. Chantal Goffinet : Tél : 063/58.23.54.

 

LEXICON

Afstoting : reaktie van het lichaam om vreemde weefsels of organen te vernietigen. Deze reaktie kan zich uiten door algemene verschijnselen ( bv. koorts), plaatselijke verschijnselen afhankelijk van het getransplanteerde orgaan of veranderingen in de werking van het orgaan. Dit laatste kan ontdekt worden via de bloeduitslagen en door verschillende technische onderzoeken, zoals een leverpunktie.
Het risico op afstoting is het grootst gedurende de eerste maanden, vermindert dan progressief maar blijft in zekere mate bestaan. De geneesmiddelen tegen afstoting moeten dus het ganse verdere leven genomen worden.

Aminopyrine-ademtest : test om de bewaarde leverfunktie te bepalen. Je krijgt een oplossing ingespoten gemerkt met een zeer kleine ongevaarlijke radio-aktieve dosis, die door je levercellen wordt opgenomen en, in CO2 omgevormd, uitgeademd wordt. Dit koolzuur wordt dan in een oplossing opgevangen en de omgevormde hoeveelheid wordt gemeten.

Arteriografie : het maken van röntgenfotos van de slagaders. Je krijgt bij het begin van dit onderzoek een oplossing ingespoten. Het is een kontraststof waardoor je bloedvaten zich aftekenen op de röntgenfoto. Het is een klassiek, veel uitgevoerd onderzoek, waarvan je weinig last hebt.

Ascites : of buikwaterzucht is een opstapeling van vocht in de buik. Omdat de lever ziek is, kan een verhoogde druk ontstaan in de bloedvaten die naar je lever gaan (poortader); om de overdruk te verminderen verlaat een gedeelte van je bloedstroom , het plasma, de bloedbaan en gaat zich ophopen in de buik.

Bloeddruk : is de druk van het bloed op de slagaderwand, afhankelijk van de soepelheid van de wand, het bloedvolume en de kracht van de hartslag.

Catheter : is een algemeen gebruikte term om een buisje aan te duiden dat in je lichaam wordt aangebracht. Men onderscheidt twee groepen:
-katheters langswaar vocht wordt aangevoerd
-katheters die vocht afleiden.

Vochttoevoer :
1. De veneuze katheters : worden onder lokale of algemene verdoving aangebracht in de aders van de hals of de arm. Langs deze katheters krijg je het nodige vocht, voedingsstoffen, en geneesmiddelen voor je weer kan eten en drinken.
2. De arteriële katheter: wordt aangelegd in de slagader van de pols. Dankzij deze katheter is het mogelijk je bloeddruk konstant te bewaken; bovendien gebeuren langshier de regelmatige bloedafnames.

Vochtafvoer :
1. De maagsonde is een fijn, soepel plastiek buisje dat via de neus, langs je keel en slokdarm, naar je maag voert. De sonde dient om overtollig maagvocht te laten afvloeien zolang je niet verteert, zo wordt ook voorkomen dat je braakt.
Via de sonde kunnen de nodige geneesmiddelen ingespoten worden.
2. De blaassonde is een fijn gummiebuisje dat door het urinekanaal naar de blaas loopt. De urine wordt hierlangs konstant afgevoerd; zo krijgt het verzorgingsteam de eerste dagen een korrekt beeld van je urinedebiet en de werking van je nieren.
3. De galwegendrain of drain van Kehr is een kleine soepele
sonde die soms geplaatst wordt om het galvocht na de operatie af te voeren.
4. De abdominale drains zijn soepele plastieken buisjes die op het einde van de operatie in de onmiddelijke omgeving van het operatie-gebied geplaatst worden. Ze dienen om het resterende sereuze vocht af te voeren.

Cortisone : de corticoïden zijn hormonen die door de bijnierschors worden geproduceerd. Iedereen heeft dus een natuurlijke dosis in zijn bloed.

Echografie : de echografie is een methode om de inwendige organen te onderzoeken door middel van teruggekaatste ultrasone golven.
Het onderzoek is volledig pijnloos en je kan tijdens het onderzoek gerust om een beetje uitleg vragen, dan heb je er wat aan.

Endotracheale tube : is een lichtblauwe plastieken buis of slang die via de mond in de luchtpijp wordt geschoven. Langs deze tube word je beademd tijdens de operatie en gewoonlijk ook de eerste uren na afloop.

E.K.G. : of elektrokardiogram is een volledig pijnloos onderzoek dat een goed beeld geeft van je hartfunktie. Men zal elektroden op je huid kleven die je verbinden met de cardiograaf. Op Intensieve Zorgen wordt je hartritme kontinu gevolgd.

E.E.G. : of encefalogram. Je wordt weer door elektroden die men op je hoofdhuid kleeft, verbonden met het opnametoestel, de encefalograaf, die een beeld tekent van je hersenaktiviteit. Het onderzoek is volledig pijnloos.

E.M.G. of elektromyografie: met dit onderzoek krijgt men een idee van je spierwerking. Je wordt verbonden met het opnametoestel via elektroden die op je huid gekleefd worden.

Gastroscopie : via je mond en je keel wordt een zwarte gummibuis door je slokdarm naar je maag geschoven. In deze buis is een kijker gebouwd, zodat de dokter de binnenwand van je maag en je slokdarm kan onderzoeken. Het is geen aangenaam onderzoek, je keelwand wordt lokaal verdoofd, eventueel krijg je een kalmerend middel vooraf; je positieve medewerking tenslotte zal het onderzoek vergemakkelijken. Van pijn is er weinig sprake eerder van ongemak.

Hepatitis of geelzucht in de volksmond is een ontsteking van de levercellen meestal veroorzaakt door een virus. Soms wordt de lever blijvend beschadigd en ontwikkelt zich een cirrhose, de verschrompeling van de lever.

Leverbiopsie : de biopsie is een methode waarbij een stukje weefsel wordt weggenomen om in een labo onder de mikroskoop onderzocht te worden.
Bij de leverbiopsie worden een aantal levercellen via een holle naald opgezogen. De punktie doet weinig pijn, je voelt alleen de plaatselijke verdoving van de zone.

Oedeem : ophoping van vocht in het onderhuidse weefsel; meestal heb je gezwollen voeten, benen en handen.

Percutane cholangiografie : met een lange naald wordt, via de huid, één van de galwegen aangeprikt. Dan wordt de kontraststof ingespoten en krijgt men een beeld van het galwegennet in de lever. Het onderzoek wordt routinematig gedaan om de galwegen te kontroleren, mogelijke vernauwingen op te sporen.

Scanner : een pijnloos onderzoek dat toelaat beelden te vervaardigen die de doorsnedes zijn van de inwendige organen.

Scintigrafie : bij dit onderzoek krijg je een minieme dosis ongevaarlijke radioaktieve stof langs intraveneuze weg toegediend. De levercellen zullen deze oplossing gedurende korte tijd opnemen en zo is het mogelijk je lever te fotograferen.

 

NUTTIGE INLICHTINGEN :

Francine Roggen,
Clinisch transplantcoordinator.
Tél : 02.764.53.09.
Fax : 02.764.90.39.
Email : roggen@chir.ucl.ac.be
Gelieve bij voorkeur te kontakteren : maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 11:00 en 15:00 u. Buiten deze uren kan u gerust een bericht nalaten op het antwoordapparaat.
Bij afwezigheid tracht U Chantal Dereyck of  Pr. Lerut te bereiken.

Chantal Dereyck,
Clinisch transplantcoordinator.
Tél : 02.764.53.14.
Fax : 02.764.90.39.
Email : chantal.dereyck@clin.ucl.ac.be
Gelieve bij voorkeur te kontakteren : maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 14:00 en 17:00 u. Buiten deze uren kan u gerust een bericht nalaten op het antwoordapparaat.
Bij afwezigheid tracht U Francine Roggen of Pr. Lerut te bereiken.

Jan Lerut,
Verantwoordelijk chirurg.
Tel : 02.764.53.06.
Fax : 02.764.90.39.
Email : lerut@chir.ucl.ac.be
Gelieve bij voorkeur te kontakteren : elke dag tussen 15:30 en 17:00.
Bij afwezigheid tracht U de transplantcoordinatoren te bereiken.

Adres :
Espace EUROLIVER - 5e verdieping (zaal 054720)
Starzl Room - Bureau van de Artsen,
Universitair Ziekenhuis St-Luc,
Hippocrateslaan 10
1200 Brussel